Nieuwsoverzicht Bewaren

Surveillance van zorginfecties

23 januari 2020

Surveillance van zorginfecties

Janneke Verberk vertelt waarom de surveillance van zorginfecties bijdraagt aan de aanpak van antibioticaresistentie (ABR). In haar project onderzoekt zij hoe ziekenhuizen de surveillance kunnen verbeteren en efficiënter kunnen maken.

Janneke werkt als PhD-onderzoeker bij het UMC Utrecht (UMCU) en het RIVM. Binnen het Regionaal Zorgnetwerk Utrecht coördineert zij het project Semi-geautomatiseerde registratie van zorginfecties. Dit project is een samenwerking tussen het UMCU en  het landelijk surveillance netwerk PREZIES (PREventie van Ziekenhuisinfecties door Surveillance) en is een additioneel project binnen het Regionaal Zorgnetwerk Utrecht.

Surveillance heeft een signaalfunctie

Het doel van surveillance is het in kaart brengen en monitoren van infecties. Ziekenhuizen doen ontzettend veel met surveillance data, naast (interventie)onderzoek wordt het ook gebruikt om te monitoren of er problemen zijn, vertelt Janneke. “Als je ziet dat infecties in het ziekenhuis toenemen, kan je uitzoeken hoe dat komt en daar maatregelen tegen nemen. Ook als er nieuwe werkwijzen zijn, bijvoorbeeld het gebruik van een nieuw soort pleister, dan wil je weten of dat niet tot meer infecties leidt bij patiënten. Surveillance heeft dus een belangrijke signaalfunctie. En waar er infecties zijn, zijn er helaas ook infecties door resistente bacteriën. Door surveillance weten we hoe vaak dit voorkomt, bij welke ingrepen en patiënten en door welke micro-organismen ze worden veroorzaakt. Dat is belangrijke informatie voor de zorgnetwerken”.

Semiautomatische surveillance

In Nederland wordt surveillance in ziekenhuizen handmatig uitgevoerd. Dat wil zeggen dat een deskundige infectiepreventie bij alle patiënten die een operatie ondergingen, in het dossier nakijkt of er naderhand een infectie is ontstaan. Dat is erg tijdrovend. Daarom heeft het UMCU een methode ontwikkeld om op semi-geautomatiseerde wijze wondinfecties te kunnen monitoren na een knie- of heupprothese. Dit bleek in het UMCU heel goed te werken en het leidde tot een werkreductie van maar liefst 95% in te beoordelen statussen. Janneke: “Dat scheelt dus enorm veel tijd. Deskundigen infectiepreventie kunnen die tijd nu aan andere infectiepreventie werkzaamheden besteden”.

De in Utrecht ontwikkelde methode werkt als volgt: op basis van een algoritme vlagt het computersysteem patiënten met een hoog risico op een wondinfectie op basis van gegevens uit de elektronische patiëntendossiers. De deskundige infectiepreventie hoeft vervolgens alleen de dossiers van deze patiënten te controleren. Criteria dat het algoritme gebruikt zijn bijvoorbeeld antibioticagebruik van de patiënt na de operatie, een heropname, een heroperatie en afgenomen kweken.

Het algoritme werkt goed

In het project onderzoekt Janneke of deze methode ook in andere ziekenhuizen werkt en waar ziekenhuizen bij de implementatie tegenaan lopen. Dat is relevante informatie voor een eventuele landelijke uitrol. De eerste stap is de validatie van het algoritme waarbij handmatig verkregen surveillance data uit een bepaalde periode wordt vergeleken met data verkregen via semi-geautomatiseerde surveillance. De ziekenhuizen hebben daarvoor een extractie uit hun elektronische patiëntendossiers aangeleverd, waarbij patiëntgegevens zijn gepseudonimiseerd. Aan de validatie van het algoritme nemen vier ziekenhuizen deel, voor de daadwerkelijke implementatie zijn drie ziekenhuizen gerekruteerd waarvan er uiteindelijk twee konden deelnemen. Het onderzoek is halverwege. Daaruit blijkt al dat het algoritme heel goed werkt.  

Een volgende stap is de implementatie. Kunnen ziekenhuizen zelfstandig met deze methode gaan werken? Wat Janneke daar al over kan vertellen is dat het bij de implementatie ontzettend belangrijk is om zowel deskundigen infectiepreventie te betrekken als professionals die kennis hebben van de technologie, zoals een datamanager of ICT-er. Ook kunnen ziekenhuizen elkaar ondersteunen bij de implementatie door kennis uit te wisselen. Uit het project kan worden geëvalueerd op basis van de ervaring wat er nodig is voor implementatie voor de ziekenhuizen die met de methode aan slag willen.

Automatisering in de zorg

Het initiatief om semi-automatische surveillance te implementeren is heel goed ontvangen door deskundigen infectiepreventie in de ziekenhuizen die deelnemen aan het project. Er is namelijk heel veel behoefte aan, vertelt Janneke. “Mensen worden steeds ouder. Als gevolg daarvan zien we een toename van knie- en heupprotheses. De handmatige surveillance bij deze ingrepen kost heel veel tijd terwijl het infectiepercentage relatief laag is. De ziekenhuizen zijn daarom erg blij dat het algoritme werkt”.

Janneke hoopt dat de methode ook in andere ziekenhuizen in Nederland wordt uitgerold. Ook vraagt zij aandacht voor automatisering in de zorg en hoe dat de behandeling van de patiënt en het verminderen van de registratielast ten goede komt. “Wereldwijd wordt er in allerlei sectoren en bedrijven steeds meer gebruik gemaakt van algoritmes. Ziekenhuizen mogen niet achterlopen op die ontwikkeling. In routineonderzoeken wordt bijvoorbeeld veel data vastgelegd door artsen, van al die data moet je gebruik kunnen maken. Deze methode doet dat al”.

425
HomeOver de zorgnetwerken